De kinderen vanaf eind groep 3 tot en met groep 6 gebruiken een weektaakboekje.
In dit boekje kunt u in het weekend zien, hoe uw kind gewerkt heeft in de afgelopen week. Daarnaast geeft de weektaak u een kijkje in de gebeurtenissen van de klas in die week.
De kinderen van de groepen 7 en 8 noteren hun werk in een agenda, geven aan welk werk gedaan is en noteren wat er (thuis) nog gedaan moet worden. Zo bereiden zij zich voor op de werkwijze in het voortgezet onderwijs. Ook de agenda gaat in het weekend mee naar huis.
Tweemaal per jaar krijgen alle kinderen een volledig rapport mee naar huis, nl. in januari en in juni. Omdat de periode van zomervakantie tot het eerste rapport wat lang is, krijgen de leerlingen van groep 3 t/m 8 ook een beknopt tussenrapport rond de herfstvakantie.
Het rapport is bestemd voor het kind, de ouders en eventuele andere belangstellenden.
Voor de diverse leerjaren zijn er verschillen in de inhoud van het rapport.
In het rapport leggen we de ontwikkeling van het kind in de afgelopen periode van de leergebieden en de gedragsmatige aspecten vast.
Oudergesprekken n.a.v. de rapporten in januari en juni vinden plaats nadat het rapport naar huis meegegeven is. Alle ouders worden voor deze gesprekken uitgenodigd. Bij het tussenrapport worden niet alle ouders uitgenodigd. Dan zijn er alleen die gesprekken die de groepsleerkracht of de ouders nodig achten.
Wij vinden oudergesprekken zeer nuttig om ook zelf meer over het kind te weten te komen in de thuissituatie. Dit kan leiden tot een beter begrip wederzijds.
Deze vorm van rapportage is bestemd ter informatie van de volgende school, als het kind tussentijds van school wisselt. Bijvoorbeeld in het geval van een verhuizing.
Van elk kind wordt een dossier samengesteld. Hierin worden gegevens verzameld op het gebied van leerprestaties en het sociaal functioneren van de leerlingen. In het dossier zitten bijv. toetsgegevens, maar ook verslagen van gesprekken.

